Belgische ontwikkelingssamenwerking - ngo-federatie

Menu

Belgische ontwikkelingssamenwerking

ContactpersoonArnout Justaert
04 Oct 2018
Regelgeving DGD 2017-2021 Wet & KB

De wet op de Belgische ontwikkelingssamenwerking is het basiskader voor alle actoren van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. De wet werd het laatst gewijzigd in 2016.

> Download hier de geconsolideerde versie van de wet op de Belgische ontwikkelingssamenwerking

Minister De Croo bereidt op dit moment een nieuw ontwerp voor van wet met betrekking tot het Belgische ontwikkelingsbeleid.

Indeling van de wet

  1. Algemene bepalingen
  2. Doelstellingen
  3. Basisprincipes
  4. Gouvernementele samenwerking
  5. Multilaterale samenwerking
  6. Niet-gouvernementele samenwerking
  7. Humanitaire hulp
  8. Coherentie van het beleid ten gunste van ontwikkeling
  9. Evaluatie
  10. Verslaggeving aan het Federale Parlement
  11. Bescherming tegen beslag en overdracht
  12. Slotbepalingen

Doelstellingen en basisprincipes

De doelstellingen en basisprincipes zijn van toepassing op alle actoren van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

De Belgische ontwikkelingssamenwerking integreert als prioritaire thema's:

  1. de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van het kind;
  2. waardig en duurzaam werk;
  3. maatschappijopbouw.

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking integreert als transversale thema's in al haar interventies:

  1. de genderdimensie, die de empowerment van vrouwen en de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in de samenleving beoogt;
  2. de bescherming van het leefmilieu en van de natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van de strijd tegen klimaatverandering, droogte en wereldwijde ontbossing.

In de partnerlanden van de gouvernementele samenwerking of in België worden er op regelmatige tijdstippen overlegmomenten georganiseerd met alle actoren van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking die er actief zijn. Dit moet leiden tot een geïntegreerd beleid tussen alle actoren van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, waarin elke interventie van ontwikkelingssamenwerking gebaseerd is op een analyse van de opportuniteiten die voortvloeien uit andere interventies van ontwikkelingssamenwerking in eenzelfde land.

Voor de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking vormen de gemeenschappelijke strategische kaders de basis om in de partnerlanden van de gouvernementele samenwerking een geïntegreerd beleid tot stand te brengen.
  

Wat zegt de regelgeving?

Geïntegreerd beleid

“het algemeen beleid van België met als doel de verbetering van de impact en de kwaliteit van de Belgische ontwikkelingssamenwerking via het versterken van synergiën, van de coördinatie en complementariteit tussen de gouvernementele samenwerking, de multilaterale samenwerking, de niet-gouvernementele samenwerking en de humanitaire hulp, met inbegrip van de interventies ter ondersteuning van de lokale private sector”

Gouvernementele samenwerking

De gouvernementele samenwerking is sinds mei 2015 geconcentreerd in 14 partnerlanden: 

  • Benin
  • Burkina Faso
  • Burundi
  • Democratische Republiek Congo
  • Guinee
  • Mali
  • Marokko
  • Mozambique
  • Niger
  • Oeganda
  • Palestijnse Gebieden
  • Rwanda
  • Senegal
  • Tanzania.

De gouvernementele samenwerking voert ook interventies uit in België op het vlak van wereldburgerschapseducatie.

Met de 14 partnerlanden sluit de Belgische overheid samenwerkingsprogramma’s afsluit. De opmaak van zo een nieuw programma verloopt in drie fasen en verschillende actoren spelen hierbij een rol. De ambassade, de administratie in Brussel (DGD), Enabel (zowel op het terrein als in Brussel) en de minister.

> Raadpleeg hier alle informatie over de 14 partnerlanden

Niet-gouvernementele samenwerking

In hoofdstuk 6 over de niet-gouvernementele samenwerking worden de belangrijkste regels bepaald voor de medefinanciering van de vijfjarenprogramma’s van ngo’s:

  • Voorwaarden voor erkenning als organisatie van de civiele maatschappij of als institutionele actor (art. 26)
  • Inhoud van de gemeenschappelijke strategische kaders van de niet-gouvernementele samenwerking (art. 27 §1)
  • Voorwaarden voor de aanvraag van programmafinanciering (art. 27 §2)
Wat zegt de regelgeving?

Wat is een gemeenschappelijk strategisch kader?

Art. 27 §1: Het gemeenschappelijk strategisch kader is “het geheel van strategische keuzes die gezamenlijk worden gemaakt door erkende organisaties in een land of over een thema, op basis van een gemeenschappelijke contextanalyse”.

Het gemeenschappelijk strategisch kader “dient als referentie voor de uitwerking van de programma’s, met inbegrip van de identificatie en uitvoering van de synergiën en complementariteit tussen hen; het vormt de basis om lessen te trekken en om te delen en om in een strategische dialoog met de administratie en met de andere actoren van de Belgische ontwikkelingssamenwerking te treden”.

Programma’s blijven de basis voor de medefinanciering. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen individuele en gemeenschappelijke programma’s. De wet bepaalt de belangrijkste elementen die een programma moet bevatten. Die elementen worden verder gespecifieerd in het KB betreffende de niet-gouvernementele samenwerking.

> Raadpleeg hier het KB betreffende de niet-gouvernementele samenwerking

> Lees hier alle voorwaarden voor de indiening van vijfjarenprogramma’s van de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking (art. 27 §2)

Humanitaire hulp

In hoofdstuk 7 worden de principes en de financiering van humanitaire hulp geregeld. Subsidies voor projecten en programma’s voor humanitaire hulp kunnen enkel door Belgische humanitaire ngo’s en de internationale humanitaire organisaties worden aangevraagd (art.30).

> Raadpleeg hier alle informatie over humanitaire hulp

Website by MINSKY