Afdrukken

Opinie: De nalatigheid van de (Belgische) ontwikkelingshulp

Arnout Justaert

De uitspraken van minister De Croo over ontwikkelingssamenwerking verdienen om veel stof te doen opwaaien, maar helaas passeren ze al te gemakkelijk om dan snel naar de orde van de dag over te gaan. Daarom zet onze directeur, Arnout Justaert, drie fundamentele bedenkingen op papier.

Ik weet niet heel goed wat de juiste strafmaat is voor nalatigheid. Maar 1,2 miljard euro lijkt me alvast redelijk. Dat is het bedrag dat de afgelopen 2 legislaturen op ontwikkelingssamenwerking bespaard werd. Terwijl iedereen het van de daken roept en regeringsleden steeds vaker naar de VN in New York vliegen omdat de mondiale uitdagingen steeds groter worden, is dergelijke besparing niet minder dan schuldig verzuim.

Maar goed, wie zet je dan in de beklaagdenbank? De minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo, en bij uitbreiding de hele regering Michel? Die laatste begon per slot van rekening zijn ministeriële loopbaan ook op ontwikkelingssamenwerking. Dan moeten we er misschien maar meteen de andere ex- ministers van Ontwikkelingssamenwerking eveneens bijzetten voor schuldig verzuim.

Toch is het al te gemakkelijk de schuld enkel en alleen bij onze overheid te leggen. Ontwikkelingssamenwerking is geen kwestie van de overheid alleen. Ook privé-actoren, bedrijven, waarvan de minister vandaag grote verwachtingen koestert, moeten een rol spelen. En ook de traditionele sociale actoren, zoals NGO’s, moeten we maar ergens bij op die beklaagdenbank zetten. Want een sector die zo over zich heen laat lopen als de NGO-sector en de uitverkoop van ontwikkelingssamenwerking met lede ogen ondergaat, kan op zijn minst nalatigheid verweten worden. Maar tegen wie en wat reageren?

De uitverkoop van ontwikkelingssamenwerking

Minister De Croo noemt overheidsbudget voor ontwikkeling “verouderd en (bijna) niet relevant” (MO Magazine, 26.09.2017). Het is veel efficiënter, aldus de minister, om er de vrije marktprincipes toe te passen: investeringen, bij voorkeur vanuit de privé, gericht op winst. Enkel zo bereik je goede resultaten.

Daar valt vast en zeker iets voor te zeggen, zij het heel weinig en alleen als je het dermate nuanceert dat ook De Croo zelf eraan begint te twijfelen. Het zijn uitspraken die alleszins verdienen om stof te doen opwaaien, maar helaas al te gemakkelijk passeren om dan snel naar de orde van de dag over te gaan. Drie algemene bedenkingen, al is het maar om dat stof in beweging te krijgen.

1. “Fake news”

De stelling van De Croo is eigenlijk fake news. Dat privé-investeringen per definitie leiden tot meer winst en betere resultaten in ontwikkelingssamenwerking is immers puur ideologie, en steunt helemaal niet op onderzoek of impactevaluaties van ontwikkelingssamenwerking. Ideologie als waarheid verkopen is fout nieuws. Sterker nog, dat een moderne liberaal als Alexander De Croo zich beroept op recepten van de 18de eeuwse liberale econoom Adam Smith is verwonderlijk en, laat ons eerlijk zijn, oubollig.

Tachtig procent van de wereldbevolking – zij die niet de vruchten plukken van de globalisering – heeft intussen aangetoond dat die recepten (de vrije markt en winst) niet werken tegen armoede en ongelijkheid. Daar kom ik verder op terug.

Het is de fout die wel meerdere ministers van Ontwikkelingssamenwerking hebben gemaakt. In plaats van hun politieke gewicht in te zetten als hefboom voor ontwikkeling – door internationale dialogen over mensen- en arbeidsrechten of moedige engagementen in het kader van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen – gebruiken ze hun politieke macht om naar hun eigen ideologische inzichten te bepalen wat goede en slechte ontwikkelingssamenwerking is. Daarop wordt dan een hervorming ingezet die de Belgische ontwikkelingssamenwerking in de 21ste eeuw moet tillen.

Het is het verdriet van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, nu al ongeveer gedurende opeenvolgende maar telkens andere ministers.

2. De hefbomen van de privésector

Ook al zijn de uitspraken van De Croo dus vooral ideologisch, dat neemt niet weg dat zijn pleidooi voor het betrekken van bedrijven zeker interessant is. Maar hoe en waarvoor?

Door ontwikkelingssamenwerking onder het motto van winst op de markt te gooien en dus de facto te privatiseren, zoals De Croo het ziet? Bedrijven hebben misschien wel andere en betere hefbomen om bij te dragen aan ontwikkeling. Bijvoorbeeld door te gaan kijken naar hun eigen activiteiten en de impact ervan op mens, samenleving en milieu wereldwijd.

Een Belgisch kledingbedrijf als JBC bijvoorbeeld, ging het gesprek aan met de Schone Kleren Campagne en sloot zich aan bij de Fair Wear Foundation, om in haar hele productieketen de arbeidsomstandigheden te verbeteren. De druk die JBC zet op haar Aziatische toeleveranciers zorgt voor leefbare lonen, overleg met vakbonden en veilige en gezonde arbeidsomstandigheden voor de kledingarbeidsters. Op deze manier kunnen bedrijven een veel belangrijkere hefboom zijn voor ontwikkeling dan door het privatiseren van ontwikkelingsprojecten met een “Return on Investment”-logica.

3. “Return on Society”

Dit brengt ons bij de derde bedenking. Het meten van de impact van ontwikkelingssamenwerking kan je niet louter in boekhoudkundige tabellen gieten. Het resultaat kan je niet simpelweg in “Return on Investment” uitdrukken, om, opnieuw, het jargon van De Croo te gebruiken. Ontwikkelingssamenwerking gaat in de eerste plaats over sociale verandering, over herverdeling, inclusie en participatie. Dat kan je niet meten met winstcijfers, ontwikkelingssamenwerking is immers geen marktproduct.

Tachtig procent van de wereldbevolking kan vandaag niet mee doen aan de globalisering, omdat ze simpelweg geen gebruik kunnen maken van hun essentiële rechten. Het recht op toegang tot kwaliteitsonderwijs voor meisjes bijvoorbeeld, om hen te wapenen tegen de vele hindernissen die zij moeten overwinnen zoals kindhuwelijken en tienerzwangerschappen. Zonder rechten sta je dan nergens... en vooral op straat, aan je lot overgelaten. Dan zijn het niet de bedrijven die met hun ontwikkelingsproject zullen opkomen voor deze meisjes. Maar wel NGO’s die mensen organiseren rond hun rechten, hen empoweren (om het met een vakterm te zeggen) om hun stem te laten horen.

Wil je de Belgische ontwikkelingssamenwerking moderniseren, wat dringend nodig is, dan moeten we ruimer kijken dan enkel naar winstgevende projecten. En vooral, dan moeten politieke, economische en sociale actoren vanuit een gedeelde visie en gemeenschappelijke doelstellingen hun internationale engagementen nakomen. Elk met hun eigen strategie, dat wel, en met de hefbomen het budget waarover ze beschikken. Als we dan toch samen in de beklaagdenbank zitten, laat ons van de gelegenheid gebruik maken om hier eens over na te denken.

icon Lees hier de volledige tekst.

Arnout Justaert is directeur van de ngo-federatie
Verschenen op www.mo.be op 29 september 2017

11 be portaal logo 110   cncd acodev  concord